Op weg gaan - een overweging bij het Paasfeest

In de paasnacht maakt de liturgie schoon schip en begint het bij het scheppingsverhaal. In het begin schiep God de hemel en de aarde. Met God begint het allemaal. Wat Hij zegt, geschiedt, wordt werke¬lijkheid. Genesis – wording – markeert een begin. De heilsgeschiedenis neemt een aanvang. Dat wat volgt aan schriftlezingen, staat in het licht hoe het eens begon. Genesis geeft een richting aan, die voor ons ligt. Elke dag begint God opnieuw. Ook in de Exoduslezing gaat het om een nieuwe begin. Het volk is op weg naar een nieuwe toekomst. Door opkomende angst stokt bij het volk de beweging en krijgt ongeloof de overhand, die dreigt toekomst af te sluiten. Op dat moment grijpt God in. Hij handelt dat achtervolgers en achtervolgden aan elkaars zicht onttrokken worden. Wanneer de blik naar achter niet langer mogelijk is, wijkt de zee, en ligt de weg open naar de toekomst.


Het hoogtepunt van de schriftlezingen is het evangelie waarin de beweging van Jezus’ dood naar leven wordt verondersteld, maar niet beschreven. Een andere beweging krijgt de nadruk in het paasevangelie. De vrouwen krijgen van de engel de opdracht aan de leerlingen te verkondigen dat Hij is opgestaan uit de dood, en dat Hij de leerlingen voorgaat naar Galilea, waar zij Hem zullen zien.  Een opdracht die kortweg wordt besloten met de vaststelling: ' Dat is wat ik jullie te zeggen had.' En daarmee is voor de engel zijn taak volbracht.
De leerlingen moeten terug naar Galilea. De toekomst van de leerlingen ligt daar, waar het begonnen is.  De vrouwen nemen de opdracht van de engel over en worden zelf boodschappers. En al gaande komen ze onderweg de verrezen Heer tegen.  De beide vrouwen is het eerder gegund de Heer te zien. Beeldend beschrijft de evangelist Mattheus dat de vrouwen Jezus bij zijn voeten grijpen en voor Hem op de knieën vallen. Jezus herhaalt de woorden van de engel: “Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze mij zien.” Niet bang zijn en terugkeren naar het begin. Daarmee moeten de vrouwen het doen. Daarmee moeten de andere leerlingen het doen, ook wij als gemeente van Christus.  Aan ons de taak de woorden uit de Schrift te horen, te ordenen en opnieuw tegen het licht te houden van ons eigen bestaan.

De schriftlezingen zetten ons in de paasnacht op een spoor dat van dood naar leven leidt. Alles begint met het spreken van God omdat dat toekomst schept. Alles wat er is, wordt door Hem in leven geroepen. Wanneer het leger van de dood nadert, baant Hij een weg naar nieuw leven, al leidt die weg paradoxaal genoeg eerst naar de woestijn. Nieuw leven krijg je door op weg te gaan. Onderweg word je een nieuwe mens.  Het is een weg die je vindt door van het graf weg te lopen naar de plaats waar het verhaal van God en mens opnieuw begon.
De Eeuwige voegt in de paasnacht de daad bij het woord. Hoe Hij dat precies doet, laat de evangelist in het midden. Jezus roept zijn leerlingen en ons op terug te keren naar Galilea, het evangelie opnieuw ter hand te nemen en weer te beginnen bij het begin. Al lezende, al horende, al doende zullen we de weg vinden die naar de Eeuwige leidt. De lezingen in de paasnacht roepen ons op tot wat eerder is gevraagd: op weg te gaan, de daad bij het woord voegen en zo nieuw leven te vinden. Deze lezingen in de paasnacht geven ons niet alleen de richting maar ze wijzen ons ook de weg.

Ik wens u zalig Pasen.
Pastoor Leen Wijker

 Website van de Parochie van de H.H. Jacobus en Augustinus Den Haag | Site design: Sync. Creatieve Producties, Hilversum